Tramadol
Tramadol is een centraal werkend analgeticum met twee werkingsmechanismen: het is een zwakke agonist van de opioïde mu-receptoren en het remt daarnaast de heropname van serotonine en noradrenaline in de dalende pijnbanen. Samen dempen deze de overdracht van pijnsignalen in het ruggenmerg en de hersenen. Het wordt gebruikt bij matige pijn die met mildere pijnstillers niet onder controle komt.
Inname kan met of zonder voedsel, en slaperigheid, duizeligheid en vertraagde reacties komen vaak voor bij aanvang en na elke wijziging, zodat autorijden en het bedienen van machines onveilig zijn zolang het effect niet bekend is. Alcohol versterkt die sedatie en het risico op ademhalingsdepressie en moet worden vermeden. Door de serotonerge component verhogen antidepressiva zoals sertraline, venlafaxine, duloxetine en amitriptyline het risico op serotoninetoxiciteit en op epileptische aanvallen, aangezien tramadol op zichzelf al de aanvalsdrempel verlaagt. Bij voortgezet gebruik ontstaan tolerantie en lichamelijke afhankelijkheid, zodat de duur van de behandeling en de wijze van beëindigen beslissingen van de voorschrijver zijn.
Een epileptische aanval, of onrust met koorts, zweten, rillen en spierschokken, is een spoedgeval. Zeer trage of oppervlakkige ademhaling, extreme slaperigheid of verwardheid vereist spoedeisende zorg, en hunkering, oplopend gebruik of onthoudingsverschijnselen tussen de doses zijn redenen om een arts te raadplegen.
Referentie-informatie, geen medisch advies. Bespreek elke verandering met je arts.