Frans
Meng de bloem, suiker, zout, gist, melk en het water tot een glad deeg en laat het een nacht in de koelkast rusten.
Sla de koude boter plat tot een vierkant en sluit hem volledig in in het uitgerolde deeg.
Rol het deeg uit en vouw het in drieën, met telkens 30 minuten koelen tussen elk van de drie toeren.
Rol het getoerde deeg dun uit, snijd het in lange driehoeken en rol elk vanaf de basis op tot een croissant.
Leg ze op bakplaten, bestrijk ze met ei en laat ze op een warme plek rijzen tot ze bijna verdubbeld en luchtig zijn.
Bestrijk opnieuw met ei en bak op 200 C tot ze diep goudbruin en bladerig zijn, ongeveer 15 tot 18 minuten.
Laat ze op een rooster afkoelen zodat de laagjes opstijven voor het serveren.