← Terug naar alle markers
Schildklier

TPO-antistoffen

Algemene referentie: 0–34 IU/mL

Wat het aangeeft

Deze test spoort antistoffen op tegen thyreoperoxidase, het enzym waarmee de schildklier schildklierhormoon aanmaakt. Hun aanwezigheid duidt op een immuunproces dat tegen schildklierweefsel is gericht. De test beantwoordt de vraag waarom de schildklierfunctie verstoord is, en niet hoe sterk ze verstoord is.

Nog geen resultaten voor deze marker.

Hoge en lage waarden

Verhoogde concentraties worden gevonden bij de meeste mensen met auto-immuunthyreoïditis en bij velen met de ziekte van Graves, en ze komen ook voor bij mensen bij wie de schildklierfunctie volstrekt onopvallend is, waar ze wijzen op een grotere kans dat er in de loop van de jaren een traag werkende schildklier ontstaat. Lage of niet-aantoonbare waarden maken een auto-immuunoorzaak minder waarschijnlijk, maar sluiten die niet uit. De hoogte van de uitslag volgt het immuunproces en niet de ernst van de schildklierfunctiestoornis, zodat herhaald meten weinig toevoegt zodra de positiviteit is vastgesteld. De interpretatie hoort bij een arts die de schildklierfunctietesten daarnaast ziet.

Wat de uitslag beïnvloedt

Biotinesupplementen verstoren gangbare immunoassays en worden gewoonlijk vóór de bloedafname gestaakt, en uitslagen zijn niet vergelijkbaar tussen laboratoria omdat testmethoden en afkapwaarden verschillen. Antistofspiegels veranderen traag en worden niet beïnvloed door het tijdstip van de dag, door maaltijden of door een recent ingenomen dosis schildkliermedicatie. De uitslag wordt samen met TSH en vrij T4 gelezen, en met thyreoglobuline-antistoffen wanneer de eerste test negatief is maar een auto-immuunziekte toch nog wordt vermoed.

Referentiewaarden zijn algemene waarden voor volwassenen en hangen af van laboratorium, testmethode, leeftijd en geslacht. Bedoeld ter oriëntatie, niet als diagnose — bespreek de resultaten met uw arts.