Glucose in het bloed is de direct bruikbare brandstof van het lichaam, die vooral door insuline en glucagon binnen een smalle marge wordt gehouden. Een nuchtere meting laat zien hoe goed die regulatie werkt wanneer er enkele uren geen voedsel is binnengekomen, en zegt daarmee iets over het koolhydraatmetabolisme en de functie van de alvleesklier. Het is een momentopname en geen beeld van de afgelopen weken.
Nog geen resultaten voor deze marker.
Een verhoogde nuchtere waarde wijst meestal op een gestoorde glucoseregulatie of diabetes, maar stijgt ook bij acute ziekte, stress, behandeling met steroïden en aandoeningen van de alvleesklier. Lage waarden komen minder vaak voor en worden gezien bij langdurig vasten, alcohol, sommige geneesmiddelen en, zelden, bij insulineproducerende tumoren. De diagnose berust op herhaalde metingen en op aanvullend onderzoek dat door een arts wordt aangevraagd, nooit op één getal.
De uitslag hangt af van het werkelijke nuchtere interval, van slaap, acute stress en recente inspanning, en daalt geleidelijk in een buis die te lang voor de analyse blijft staan, tenzij een glycolyseremmer wordt gebruikt; verschillende veelgebruikte geneesmiddelen, waaronder thiazidediuretica en bètablokkers, verschuiven de waarde licht. De uitslag wordt samen met HbA1c gelezen, dat de laatste maanden middelt, en met nuchtere insuline, C-peptide en de HOMA-IR-index wanneer het om insulineresistentie gaat.
Referentiewaarden zijn algemene waarden voor volwassenen en hangen af van laboratorium, testmethode, leeftijd en geslacht. Bedoeld ter oriëntatie, niet als diagnose — bespreek de resultaten met uw arts.