← Terug naar alle markers
Ontsteking

Fibrinogeen

Algemene referentie: 2–4 g/L

Wat het aangeeft

Fibrinogeen is het plasma-eiwit dat de lever aanmaakt als het laatste substraat van de stolling; het wordt omgezet in fibrine en vormt daarmee het stolsel zelf. Het is tevens een acutefase-eiwit, waardoor de concentratie stijgt als onderdeel van de algemene ontstekingsreactie. De uitslag zegt daarom zowel iets over het stollingsvermogen als over de lever die het aanmaakt.

Nog geen resultaten voor deze marker.

Hoge en lage waarden

Hogere waarden weerspiegelen meestal een lopende ontsteking, infectie, weefselschade, zwangerschap of roken, en aanhoudend hoge waarden gelden bovendien als cardiovasculaire risicomarker. Lagere waarden wijzen meestal op een verminderde aanmaak bij gevorderde leverziekte, op verbruik bij ernstig bloedverlies of diffuse intravasale stolling, of op een zeldzame erfelijke deficiëntie. Een afwijking in beide richtingen is een bevinding die herhaald moet worden en aan een arts moet worden voorgelegd, geen diagnose.

Wat de uitslag beïnvloedt

Het monster vereist een correct gevulde citraatbuis, omdat een onvoldoende gevulde of gestolde buis de uitslag vertekent; een recente ontsteking, zwangerschap, orale anticonceptiva en behandeling met antistollingsmiddelen of trombolytica verschuiven de waarde. De uitslag wordt naast het C-reactief proteïne en de bezinkingssnelheid (BSE) gelezen wanneer het om ontsteking gaat, en naast de stollingstijden en het trombocytenaantal wanneer het om bloedingen gaat.

Referentiewaarden zijn algemene waarden voor volwassenen en hangen af van laboratorium, testmethode, leeftijd en geslacht. Bedoeld ter oriëntatie, niet als diagnose — bespreek de resultaten met uw arts.