Salvadoraans
Giet voor de curtido kokend water over de kool, laat na 1 minuut uitlekken en meng met de wortel, de ui, de azijn, de oregano en 1 tl van het zout; zet minstens 1 uur in de koelkast.
Laat voor de salsa de tomaten 5 minuten zachtjes koken in water, ontvel ze, pureer ze met 0,5 tl van het zout en laat de puree 10 minuten zachtjes inkoken tot hij iets dikker is.
Meng de masa harina met 1 tl van het zout en het warme water en kneed 2-3 minuten tot een zacht deeg dat niet scheurt; verdeel het in 12 balletjes.
Prak de bonen en de kaas samen tot een dikke pasta.
Druk met geoliede handen een balletje plat tot een kommetje van 10 cm, leg er een twaalfde van de vulling in (ongeveer 45 g), vouw het deeg eroverheen dicht en klop het plat tot een schijf van 12 cm en ongeveer 1 cm dik.
Bak de pupusas op een licht ingevette bakplaat of in een zware pan op vrij hoog vuur 4-5 minuten per kant, tot ze hier en daar bruin zijn en de kaas gesmolten is.
Serveer warm, 2 per bord, met de curtido en de tomatensalsa erop.