Maleisisch
Spoel de rijst af en kook hem daarna met de kokosmelk, 350 ml van het water, een derde van het zout, de geknoopte pandanbladeren en de gember 15 minuten in een rijstkoker of een afgedekte pan; laat 10 minuten rusten.
Bak de ansjovis 4 minuten in de olie op middelhoog vuur tot ze knapperig zijn en schep ze eruit; bak de pinda's 4-5 minuten in dezelfde olie en laat ze uitlekken.
Pureer de geweekte pepers, sjalotten, knoflook en garnalenpasta met een scheutje water tot een pasta.
Giet de olie af tot er nog ongeveer 4 el over is en bak de pasta 15 minuten al roerend op middelzacht vuur tot hij donkerrood is en de olie zich afscheidt.
Week de tamarinde in de resterende 100 ml warm water, zeef dit boven de sambal, voeg de suiker, de rest van het zout en de helft van de ansjovis toe en laat nog 5 minuten koken.
Snijd de komkommer in plakjes en halveer de hardgekookte eieren.
Serveer de rijst met de sambal, de rest van de knapperige ansjovis, de pinda's, het ei en de komkommer.