Ethiopisch
Klop in een grote kom het teffmeel met het lauwe water en de ersho of het gistmengsel tot een glad, dun beslag, dek losjes af en laat 2-3 dagen op kamertemperatuur (20-25 °C) staan, tot het borrelt en zuur is.
Giet de gelige vloeistof die zich bovenop verzamelt (ongeveer 150 ml) af en roer het beslag goed door.
Breng voor de absit de 250 ml water aan de kook in een steelpannetje, klop er 1 kopje (240 ml) van het beslag door en kook 2-3 minuten al roerend, tot het dik wordt als pap.
Laat de absit afkoelen tot hij lauw is, roer hem met het zout weer door het beslag en laat 30-60 minuten staan tot er weer belletjes opstijgen; het beslag moet zo dun zijn als crêpebeslag.
Verhit een grote koekenpan met antiaanbaklaag of een mitad op middelhoog tot hoog vuur en veeg hem licht in met een geolied stukje keukenpapier.
Giet een soeplepel beslag in een spiraal van de rand naar het midden zodat de pan dun bedekt is, wacht tot er over het hele oppervlak gaatjes verschijnen, dek dan af en bak 1-2 minuten, tot de bovenkant droog is en de randen loskomen; niet omdraaien.
Leg elke injera zonder te stapelen op een doek om af te koelen tot hij niet meer dampt, en serveer met wat-stoofschotels die er met een lepel bovenop worden geschept.