Fufu (gestampte cassave en bakbanaan)

West-Afrikaans

Bijgerecht Moeilijkheidsgraad: Gemiddeld Porties: 6 Totaal: 50 min

Ingrediënten

  • Verse cassave, geschild en zonder harde kern 800 g
  • Groene (onrijpe) bakbananen, geschild 2 (400 g)
  • Water, om te koken 2,5 l
  • Koud water, om te stampen 80 ml
  • Koud water, om de stamper en je handen nat te maken 50 ml
  • Light soup, pindasoep of palmnotensoep om erbij te serveren
Voorbereiding
20 min
Bereiding
30 min

Bereidingswijze

  1. 1

    Snijd de cassave in stukken van 5 cm, halveer ze in de lengte en verwijder de houtige kern; snijd de bakbananen elk in 3-4 stukken.

  2. 2

    Doe de cassave in een grote pan, bedek met water, breng aan de kook en kook 10 minuten.

  3. 3

    Voeg de bakbananen toe en kook nog 15-20 minuten, tot beide zo zacht zijn dat een mes er gemakkelijk doorheen glijdt.

  4. 4

    Giet goed af en stamp eerst de bakbanaan in een grote vijzel (of maal hem in een keukenmachine) tot een gladde massa.

  5. 5

    Voeg de cassave een paar stukken tegelijk toe en blijf stampen, terwijl je de massa met natte handen omkeert en het koude water lepel voor lepel toevoegt, tot er één glad, elastisch deeg zonder klontjes ontstaat.

  6. 6

    Vorm de fufu met natte handen tot 6 gladde ballen van ongeveer 250 g.

  7. 7

    Serveer direct in kommen hete soep; knijp met je vingers stukjes af en slik ze door met de soep.