Bakso (Indonesische gehaktballetjessoep)

Indonesisch

Soep Moeilijkheidsgraad: Gemiddeld Porties: 7 Totaal: 75 min

Ingrediënten

  • Mager rundergehakt 500 g
  • Tapiocazetmeel 100 g
  • Eiwit 1 (30 g)
  • Knoflook 8 tenen (32 g)
  • Sjalotten 4 (60 g)
  • IJswater 100 ml
  • Runderbouillon 2 liter
  • Zout 2 tl (12 g)
  • Gemalen witte peper 2 tl (4 g)
  • Plantaardige olie 2 el (27 g)
  • Rijstvermicelli (mihoen) 100 g
  • Gedroogde eiermie 100 g
  • Paksoi 300 g
  • Selderijblad en lente-ui, gesneden 30 g
Voorbereiding
35 min
Bereiding
40 min

Bereidingswijze

  1. 1

    Maal het rundergehakt pulserend in de keukenmachine met 4 tenen knoflook, de helft van het zout, 1 tl van de peper, het eiwit en het ijswater tot een gladde massa en werk er daarna het tapiocazetmeel door.

  2. 2

    Breng de bouillon tegen de kook aan; knijp met natte handen het mengsel door je vuist tot balletjes van 3 cm en laat ze in een pan met heet, maar niet kokend water vallen.

  3. 3

    Kook de gehaktballetjes tot ze bovendrijven, ongeveer 10 minuten, en schep ze dan over in de bouillon.

  4. 4

    Snijd de sjalotten en de rest van de knoflook in plakjes en bak ze in 4-5 minuten goudbruin in de olie; doe de helft bij de bouillon en bewaar de rest voor de garnering.

  5. 5

    Breng de bouillon op smaak met de rest van het zout en de peper en laat de gehaktballetjes er 15 minuten in sudderen.

  6. 6

    Week de rijstvermicelli 5 minuten in heet water en kook de eiermie 4 minuten; laat beide uitlekken. Blancheer de paksoi 1 minuut in de bouillon.

  7. 7

    Verdeel de noedels en de paksoi over kommen, voeg de gehaktballetjes en de hete bouillon toe en garneer met selderijblad, lente-ui en gebakken sjalotjes.